Mijlpalen

Het lopen van een marathon is het resultaat van een lange voorbereiding. Ik verdeel die voorbereiding graag onder in een algemene voorbereiding en een specifieke voorbereiding. De specifieke voorbereiding duurt typisch 12 weken (12-weken programma) en bevat relatief lange intervallen en langere duurlopen of wedstrijden.

Als ik de marathon van Rotterdam in 2009 zou lopen en ik reken terug van 5 april 2009, is 12 januari 2009 de dag dat het 12-weken programma ingaat. Vanaf die dag zou de omvang per training geleidelijk groter worden en het aantal trainingen per week minder. Het ziet er nu naar uit dat het mogelijk is om de Marathon Rotterdam in een tijd tussen de 3 en 3,5 uur te lopen. Dit zou dus een marathon worden om mijn wedstrijdervaring op te doen, zodat ik later in het jaar een poging kan doen om onder de drie uur te duiken. De logische keuze voor een maand in het najaar is oktober, omdat er in die maand de meeste marathons georganiseerd worden.

Om een idee te krijgen van je vooruitgang, kun je wedstrijden plannen waarmee je kunt testen hoe het er voor staat. Het zijn je mijlpalen. Voor mij zijn dat dus halve marathons. De halve marathon is een goede graadmeter voor wat je kunt in de hele marathon. In optimale omstandigheden en lichamelijke gesteldheid loop je een hele marathon in tweemaal de tijd van de halve marathon, plus 10 minuten. Dat is een goede vuistregel.

Ik wil de hele marathon rond de drie uur lopen (net er boven of net er onder). Dat houdt in dat ik de halve marathon sneller moet kunnen lopen dan 85 minuten. Dat is een hele toer om van de conditie te komen waarin ik zat toen ik dit schreef (eind mei 2008: 88 kg, 15 km in 1u19) naar mijn gewenste conditie. Daar zijn dus veel tussenstations voor nodig om naar toe te werken. Dat zijn subdoelen binnen het grotere doel (marathon in 3 uur).

Hier is een lijstje van mogelijke halve marathons, met daarbij een uitslag als die wedstrijd gelopen is: