Archief voor november, 2008

Gefaald

De Surpriseloop in Halsteren op 30 november 2008. Het was de bedoeling om 10 km te lopen, maar ik ben voortijdig uitgestapt en heb een DNF (did not finish) gevraagd aan de jury. Het ging gewoon niet.

Zelfs de eerste kilometers waren volledig beneden de maat. Ik had mijn Polar RS200SD ingesteld op een tempo tussen de 3.52 en 4.22 minuten per km. En zelfs de 4.22 min./km kon ik niet lopen. Hier zijn de tijden van de eerste vier kilometer:

4:38, 4:27, 4:27, 4:30

Toen ik in de vijfde kilometer tegen de 5 min/km ging lopen, ging het licht uit. Met de regen en gladheid van het parcours daarbij genomen, was het een wijs besluit. Blijkbaar was mijn lichaam nog niet gereed om vandaag voluit te gaan, dus dan ook maar niet proberen.

Volgende keer beter.

Commentaar uitgeschakeld

Gaat zo zijn gangetje

De pondjes vliegen er af (nou ja, onsjes) en de vierhonderdjes en duizendjes gaan vliegensvlug. Het ziet er goed uit voor 2009. De tachtig kilo is ondertussen gepasseerd (aan de onderkant) en ik kijk al uit om de acht-en-zeventig kilogram te passeren voor het einde van het jaar.

Kortom, alles gaat zijn gangetje. Zo ook de planning van de wedstrijden. De komende weken staat er weer een karrenvracht op het programma. De feestdagen mogen de (hardloop)pret niet drukken.

Aanstaande zondag de Surpriseloop in Halsteren, georganiseerd door Olympia Halsteren. Je mag een tot vier rondjes van 2,5 km lopen rondom de Grote Melanen. Uiteraard kies ik 10 km. Ik verwacht een aantal bekenden te ontmoeten aan de startstreep, waarvan ik enkelen hoop voor te blijven (wie weet, jij ook wel, Léonhard?).

De wedstrijden zijn bedoeld om de training vorm te geven en op dit moment train ik (inclusief wedstrijden) afwisselend vijf en zes keer per week. Het is de bedoeling dat dit zes keer per week wordt vanaf januari. Ik kijk wel of het dan mogelijk is. Ik heb al eerder geprobeerd om het aantal trainingen naar zes per week op te schroeven, maar dat ging toen nog niet. Hopelijk lukt dat over een maand wel.

Twee wedstrijden waar ik met verlangen naar uit kijk zijn de halve marathon van Vlaardingen en die van Arnhem (Derde Kerstdagloop), op respectievelijk 13 en 27 december 2008. In Vlaardingen hoop ik de 1.39 uur grens te doorbreken. In Arnhem zal dat waarschijnlijk niet lukken, vanwege het hoogteverschil in het parcours. Het wordt in Arnhem meer een training op mentale weerbaarheid.

Dat laatste is ook belangrijk als je zo ambitieus bent als ik. Het brengt je nederigheid en zet de zaken in het juiste perspectief. Alleen makkelijk te lopen wedstrijden uitkiezen kan ertoe leiden dat je jezelf gaat overschatten en dat wederom kan leiden tot blessures of overtraindheid. Dat willen we zeker niet hebben. Trots op wat je hebt gepresteerd is goed, hoogmoed over wat je (eventueel) gaat presteren is dat zeker niet.

De rest van de wedstrijden is eigenlijk “vulling”. Niets ten nadele van die wedstrijden en trimlopen, maar ik moet me op bepaalde concentreren en op andere wat minder, zodat ik nog enigszins overzicht houd over mijn hobby. Zoveel wedstrijden kunnen niet allemaal mijn onverdeelde aandacht krijgen, hoe graag ik dat ook zou willen.

Ik ben trouwens begonnen met het bijhouden van een Google kalender met daarop mijn trainingen (en trainingsresultaten). Je kunt de kalender vinden via deze link. Ik heb het ook aan mijn zijpaneel toegevoegd. De wedstrijden staan er niet bij, die kun je direct onder de wedstrijdresultaten vinden.

Reacties (5)

Laatste en toch dik tevreden

Deze vreemde titel zal ik verklaren. Ik heb de Dorpsboscross gelopen in Standdaarbuiten. Bij de mannen mochten degenen jonger dan 45 jaar 5 ronden van 2 km door de blubber lopen en 45 jaar en ouder mochten het met 4 ronden doen. Ik kwam in mijn leeftijdsklasse (45 – 54 jaar) 14e en laatste binnen in 41:41 (11,51 km/u).

Waarom dan toch tevreden? Wel, het was een bike-run-bike. Op de heenweg heb ik op een Hollandse fiets zo’n 30 km gefietst in 2 uur en op de terugweg door een sneeuwstorm 23 km in 2 uur. Ik had geen trapske op de pedalen meer over. Echt helemaal leeg.

Dat was dus mijn verdienste, niet mijn prestatie in de cross (die kon me gestolen worden). Afgezien van het effect op mijn duurvermogen, denk ik dat vooral mijn doorzettingsvermogen en mentale weerstand een oppepper hebben gekregen. Ondanks de ontberingen tijdens de sneeuwstorm heb ik me sterk gehouden. Dat zal zeker een positieve invloed hebben op mijn toekomstige prestaties in wegwedstrijden.

Volgende week weer iets “normaals”, een tien kilometer rondom de Grote Melanen in Halsteren, aangevoerd door Zwarte Piet en weggeschoten door de Sint. Juist ja, een Surpriseloop.

Nu nog al die modder van mijn spikes afweken. Ik heb de punten er in elk geval al uitgehaald, anders roesten ze vast. Natuurlijk heb ik de modder zo goed als ik kon afgespoeld onder de kraan, maar die kleigrond gaat echter overal inzitten en raak je niet zo makkelijk kwijt. En lukt het niet, dan is het mijn trofee, mijn bewijs dat ik de vorige keer diep in de modder heb gezeten.

Reacties (3)

Nieuwe wedstrijden

Veel verenigingen denken niet verder dan het huidige jaar. De wedstrijdkalender is dus vaak beperkt tot het huidige kalenderjaar. Dat is vervelend voor mensen die liever op de lange termijn plannen, om zo meer grip te krijgen op hun “loopcarrière”.

Toch moeten verenigingen hun officiële wedstrijden al ver van tevoren aan de sportbond (Atletiekunie) doorgeven. Ze geven het alleen niet door aan hun leden en bezoekers van hun website. Zelfs de Atletiekunie houdt hun wedstrijdkalender (uitgezonderd de internationale kalender) onder de pet. Het is dus een soort sport om toch achter die wedstrijden te komen.

Je kunt natuurlijk kijken naar de datum van de wedstrijd van het huidige jaar en zien of er een formule staat vermeld. De Zevenheuvelenloop vermeldt bijv. op haar website dat ze traditioneel elke derde zondag van november hun 15 km wedstrijd organiseren. Soms kun je informatie vinden op de regionale wedstrijdkalenders (van de regiowebsite), omdat die een puntenklassement hanteren en er belang bij hebben dat regionale atleten die wedstrijden kiezen, in plaats van wedstrijden elders die misschien drukker bezocht zijn.

Een wat minder voor de hand liggende methode is het e-mailen van de vereniging of de functionaris binnen de vereniging, om te vragen wanneer hun wedstrijd gehouden wordt. De informatie die gegeven wordt is niet altijd compleet, of zelfs correct, simpelweg omdat het nog niet binnen het bestuur over gesproken is, of omdat het nog niet in het clubblad is geplaatst (wat een informatiebron blijkt te zijn voor sommige functionarissen). Verder vooruit denken dan twee wedstrijden is blijkbaar heel moeilijk, zeker als je in de organisatie van die wedstrijden zit. Ik kan het de mensen niet kwalijk nemen, want het moet in de (spaarzame) vrije tijd gebeuren en gaat ten koste van de aandacht aan het gezin thuis.

Het blijft dus puzzelen om een wedstrijdplan uit te stippelen, vooral omdat ieder weekend een wedstrijd lopen zelden onderdeel is van trainingschema’s. Ik heb de indruk dat de meeste mensen op het laatste moment een wedstrijd uitkiezen (uitgezonderd de wedstrijden die ver vooraf al vol zitten) en daar proberen hun longen uit hun lijf te lopen. Een echt degelijk plan zit er volgens mij niet achter. Ik kan me vergissen, natuurlijk (en dat gebeurt vaker dan me lief is). Als je vind dat ik de plank compleet missla, laat dan zeker een berichtje achter onder dit bericht.

In het zijpaneel naast de weblogberichten zie je “Komende wedstrijden” staan, waarin je kunt lezen wat ik van plan ben om te gaan lopen. In het jaar 2009 is nog niet veel te lezen en niet alles is voor 100 % zeker. Een deel heb ik door redeneren achterhaald. Echter, dingen zijn vaak niet zo logisch in de uitvoering als je vooraf dacht.

Reacties (7)

Hulde aan de marathonlopers!

Gisteravond was er in het clubhuis van atletiekvereniging Spado uit Bergen op Zoom een ceremonie waarin leden van Spado die voor de eerste keer een marathon hadden gelopen een presentje ontvingen. Het was een kei (van keigoed gedaan) op een sokkel, bedacht door kunstenaar en hardloper Rob Schmidt (meer dan 100 marathons gelopen).

In de plaatselijke krant, BN De Stem, verscheen dit artikel, dat aan duidelijkheid niks te wensen overlaat:

Regio - Bergen op Zoom - 'Voor tien kilometer kleden we ons niet om' | bndestem

Voor de loper met de langzaamste tijd was er een bijzonder cadeautje: een rode lantaarn. Dit is een wisseltrofee die ieder jaar gaat naar de loper of loopster van Spado die de langzaamste tijd op de marathon heeft neergezet.

Spado heeft nu officieel een marathon lange afstands loopgroep, met een trainer, Rini Marijnissen. Het eerste grote doel voor 2009 zal de marathon van Rotterdam zijn, die vele Spadoërs ongetwijfeld gaan lopen.

Hulde aan de marathonlopers, aan de mensen die er tenminste eentje op hun naam hebben gezet. Dat smaakt ongetwijfeld naar meer (en beter, sneller).

Reacties (5)

Kievitloop november 2008

Eigenlijk zou ik een 15 km lopen in de Kievitloop te Bergen op Zoom, maar ik besloot wijselijk om bij 10 km te stoppen. De kou begon op mijn benen te werken (te merken aan een dalend looptempo) en ik begon mijn lies te voelen (een oude blessure). Reden genoeg om te stoppen.

Een verbetering van mijn vorige jaarbeste tijd met 9 s was immers ook iets om blij over te zijn: 44.01 minuten over 10 km.

Hier zijn de tempo’s per km:

4.16 | 4.15 | 4.23 | 4.14 | 4.30 = 21.37 / 5 km
4.29 | 4.27 | 4.31 | 4.28 | 4.29 = 22.24 / 5 km

Voor de verandering ben ik nu eens niet moe na een wedstrijd, omdat ik op mijn 15 km tempo liep en eerder gestopt ben.

Reacties (6)

15

Wat maakt het getal 15 (vijftien) zo bijzonder? Wat maakt het zo bijzonder voor mij, dat ik het meerdere keren per dag noem? Wat is die mantra?

151

Wel, een van mijn dromen is om de 15 km binnen het uur af te leggen. Sterker nog, ik geloof als je boven de middelmaat wilt uitsteken, je tenminste 15 km in een uur moet kunnen afleggen (te voet, uiteraard). Daar krijg je wat mij betreft net een zesje voor (zes is voldoende). Voor een beoordeling “goed” moet je volgens mij onder de 55 minuten op de 15 km lopen.

Voor een marathon onder de drie uur (drie uur over de marathon is in mijn ogen ook een matige tijd), moet je ook de 15 km onder het uur kunnen lopen. Het is dus geen toeval dat 15 bij mij zo’n magisch getal is.

15 15 15 15 15 15 15 15 15 en nog eens 15!

Reacties (2)

Mentale weerbaarheid

Er is een hoop dat je kunt leren van een trainer en andere hardlopers, maar er is één ding dat je alleen jezelf kunt leren en dat is mentale weerbaarheid. Je kunt erover praten, lezen en wat dan nog, maar weerbaar worden tegen situaties die zwaar zijn kun je alleen worden door veel ervaring (en pijn lijden).

Het verhaal gaat dat hardlopen gemakkelijk is en dat iedereen het kan doen. Dat is ook zo, tot een bepaald punt. Als je over dat punt heen gaat, zul je merken dat hardlopen zwaar is en een uitdaging op zich. Het is de kunst om deze lichamelijke ongemakken niet te laten lijden tot verkeerde beslissingen. Je moet kunnen uitstijgen boven wat je op dit moment ervaart en de consequenties leren zien van wat er gebeurt als je doorzet, ondanks de pijn.

We hebben het hier over mentale weerbaarheid, dat je ondanks tegenslagen toch doorzet en je doel bereikt. In deze moderne maatschappij met zijn direct-klaar mentaliteit is dat een vreemde eend in de bijt. Waarom zou je toch al die moeite doen voor een kleine beetje extra tijdwinst op de eindmeet?

Het is niet die paar seconden (of minuten), maar de gedachte die ertoe leidt. Als je je kunt concentreren op het hoofddoel en alle bijzaken kunt “wegdenken”, kun je tot grote hoogte stijgen en laten zien wat je in je mars hebt. Het probleem is echter, dat bij succes ook falen hoort. Als je accepteert dat je mag falen, dat je de plank compleet mag misslaan, dan is compleet slagen ook een optie. Het een kan niet zonder het ander. Als je altijd op zeker speelt, zul je nooit boven jezelf uit kunnen stijgen. Hoog inzetten is het devies, maar natuurlijk niet zonder waarborgen en verstand van zaken.

Het is heel gemakkelijk om bij tegenslag op te geven. Zij die al langer hardlopen hebben het allemaal wel ervaren. We denken bij de start dat het geweldig gaat en dat is ook zo, tot op een bepaald punt in de wedstrijd. Dan slaan we aan het twijfelen. Ben ik wel goed bezig, zal ik achteraf niet geblesseerd raken, waren die wijze woorden van collega’s terecht en moet ik uitgaan van een trager tempo?

Ik zeg vaak: “Zodra je gaat denken in de wedstrijd, gaat het mis.” Denken is dan niet bedoeld als het hebben van gedachten, want die kun je immers niet stoppen, maar juist het hebben van gedachten die niet productief zijn, die niet bijdragen tot een beter wedstrijdresultaat. Het is belangrijk om zulke gedachten te herkennen en ze uit te bannen. Je kunt in je interne dialoog gewoon zeggen: “STOP!” Het is een kunstje dat ik al vaak heb moeten gebruiken in wedstrijden.

Een andere manier om je mentaal weerbaarder te maken is zelfvertrouwen. Ik vind het daarom belangrijk dat de trainingsmethode helder is en dat er een duidelijk verband zit tussen hoe en wat je traint en wat je presteert in wedstrijden. Zodra de trainer (of als je jezelf traint: jij zelf) dat verband uitlegt en de wil en motivatie van de atleet voor de volle honderd procent gericht kan krijgen op trainingsdiscipline en strijdlust in wedstrijden, zijn grote dingen mogelijk.

Aangezien niet iedereen een universitaire opleiding heeft genoten, is het zaak om de trainingsmethode eenvoudig en overzichtelijk te houden, zodat iedereen duidelijk kan zien waarmee hij of zij bezig is. Dat wil zeggen dat er ritme en herhaling in het trainingschema moet zitten, duidelijk herkenbare onderdelen, die terugkeren en waarmee de atleet kan aanvoelen of hij/zij op de juiste weg zit. Variëren in de training is goed, maar variatie om de variatie is alleen maar verwarrend en leidt nergens toe.

Dan is er de kwestie van de opdracht voor de wedstrijd en je houden aan de opdracht. Hoe vaak zien we niet mensen als een wildeman (wildevrouw?) van start gaan en welke mensen we enkele kilometers verderop inhalen, terwijl ons tempo nu duidelijk hoger ligt dan van deze snelle starters? Het lijkt of sommigen geen plan hebben, of er zich totaal niet aan houden.

Op de lange afstand is het maken van een plan en je eraan houden nog belangrijker. De mogelijkheid dat je te snel van start bent gegaan en moet uitstappen door oververmoeidheid ligt altijd op de loer. Achteraf lijkt het heel slim dat iemand een negative split (snellere tweede helft van de wedsrijd) heeft gelopen, maar hoe weet je van tevoren dat je daartoe in staat bent? Er is zoiets van de “vorm van de dag”. Nee, een degelijk plan opstellen, dat is gebaseerd op wat je in recente wedstrijden hebt gelopen, lijkt me veel productiever, of in elk geval minder afhankelijk van het toeval.

Loop je dan volgens plan, dan is er alleen het controleren of je alles goed doet tijdens het hardlopen. Klopt het tempo, wat is de meest optimale route voor de komende 500 m, welke drank ga ik drinken en ga ik wandelen om te drinken of blijf ik rustig doorlopen? Gewoon praktische zaken. Als het moeilijk gaat, kun je je concentreren op het bijhouden van een loper die je wel sterk in zijn schoenen lijkt staan. Waar hij/zij gaat, ga jij ook. Je zit als met een elastiek aan die persoon vast. Dat is een mentaal tructje die je je laat concentreren op het hardlopen en de ongemakken die je op dat moment ervaart doet vergeten.

Dan is er het afmaken, de laatste kilometer(s) alles geven wat er nog in zit. Je hebt je aan het plan gehouden en nu kun je nog een paar extra seconden van je eindtijd afknabbelen. Het is immers een wedstrijd en geen trainingsloop, waar samen uit, samen thuis geldt. Alle onderlinge samenwerking tussen lopers is ook verdwenen en het is nu ieder voor zich. De finish is in zicht en al het andere moet nu wijken op het zo snel mogelijk bereiken van die magische finishlijn. Hier scheiden zich de mannen van de jongens.

Mentale weerbaarheid? Ik zeg dat het iets is wat je kunt leren door veel te doen, door veel wedstrijden te lopen onder verschillende omstandigheden. Ik zeg niet dat je per se zware wedstrijden moet uitzoeken (tenzij je dat leuk vindt), maar dat je kunt leren omgaan met tijdelijke dipjes in je hardloopcarrière, mochten die in een wedstrijd plaatsvinden. Je presteert dan ondanks tegenslagen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Reacties (2)

Weer een weekje trainen

Na het overweldigende succes van gisteren, moet er natuurlijk weer getraind worden. Om het volgende doel te halen (1.38 uur in halve marathon van Vlaardingen op 13 december 2008), moet er goed getraind worden en kilootjes verloren worden.

Overigens, ik heb nu twee metingen met mijn Polar RS200SD van een halve marathonafstand. In Etten-Leur was de gemeten afstand 21,580 km en gisteren in Rotterdam 21,510 km. Volgens de handleiding geldt de volgende formule, als de factor ingesteld staat op 1:

factor = werkelijke afstand ÷ gemeten afstand

Volgens mij betekent dat als je een factor hebt die ongelijk is aan 1, dat je deze formule moet gebruiken:

nieuwe factor = (oude factor × werkelijke afstand) ÷ gemeten afstand

Ik had zowel twee weken geleden als gisteren een factor van 1,041. Daarom verander ik de calibratiefactor vanaf heden naar 1,020. Nu maar afwachten of de gemeten afstand dichter in de buurt komt van de werkelijke afstand. Natuurlijk blijft er altijd een foutmarge van een procent bestaan, zoals beschreven staat in de handleiding van het horloge.

Dit is niet zomaar wat geneuzel, want zowel vandaag als woensdag vertrouw ik op de accuraatheid van het horloge bij het lopen van zes maal duizend meter, met duizend meter herstel per herhaling. Net als vorige week probeer ik die duizendtjes in 5.00 minuten te lopen. Als variatie loop ik op maandag, dinsdag en donderdag tien maal 400 m, met 400 m als herstel per herhaling (400 m in 1.52 minuten). Op dinsdag en donderdag gaat dat op de atletiekbaan, maar maandag gaat het, net als vorige week op de weg.

Vrijdag en zaterdag heb ik dan rustdagen, om zondag een 15 km te lopen in een plaatselijk trimloop (Kievitloop).

De vraag is welke tijd ik in de Kievitloop het beste kan aanhouden. Daar staan de kilometerpunten aangegeven, dus ik kan er met mijn lichtere “wedstrijdschoenen” lopen. Aangezien ik in twee weken tijd 78 s sneller ben geworden op de halve marathon, ligt het voor de hand om te veronderstellen dat ik volgende week relatief net zoveel progressie per week (6 promille) zou maken. Daar komt een theoretische halve marathontijd uitrollen voor zondag 16 november 2008 van 1.38.53. Omgerekend is dat 1.08.01 op de 15 km.

Ik ga dus een weekje trainen voor een tijd van 1.08 uur rond op de 15 km. Dat is 22.40 per 5 km, oftewel 4.32 min./km. Gezien wat ik gisteren op de halve marathon gelopen heb (1.10.04 op het theoretische 15 km punt), moet dat haalbaar zijn.

Gisteren had ik het er na de wedstrijd nog over: “Hardlopen is jezelf een doel stellen en dat proberen waar te maken.” Het doet er dus niet toe op welk niveau je hardloopt, want de redenering is hetzelfde voor elk prestatieniveau. Het is volgens mij wat wedstrijdlopers bindt.

Zo nu houd ik op en trek de hardloopschoenen aan, want er moet weer gerend worden.

Reacties (6)

Erasmusronde 2008 (met aanvullingen)

Wind, heel veel wind, maar toch onder de 1.40 uur gelopen, 1.39.31 1.39.29.

Kralingse Plas
De Erasmusronde wordt rondom de Kralingse Plas gelopen. Zoveel moois om te zien, vooral als het zulk mooi weer was als 8 november 2008.

Zonder de Polar RS200SD had het niet gekund, want het was echt heel, heel erg zwaar. De piepjes vertelden me wanneer ik tempo moest verhogen. Verder heb ik ook elke ronde (5 km) een bekertje water gedronken terwijl ik zo’n 10 s wandelde. Dat ging prima. De bewering dat je dan niet meer op gang zou kunnen komen is duidelijk niet op mij van toepassing. Alleen miste ik wel sportdrank onderweg (ik had wel een liter vooraf gedronken). Bij het ingaan van de derde ronde kreeg ik een hongergevoel, dat ik normaal bij het drinken van sportdrank onder het lopen niet heb.

De kilometers stonden niet aangegeven en mijn Polar had 21,510 km gemeten. Ik kan daarom niet precies zeggen wat mijn tempo’s waren. Ik heb de gemeten tempo’s omgerekend, om er maar het beste van te maken. Je kunt duidelijk zien dat de vermoeidheid het tempo drukte naarmate de wedstrijd vorderde.

4.40 | 4.31 | 4.36 | 4.36 | 4.37 -> 5 km in 22.59
4.41 | 4.42 | 4.38 | 4.36 | 4.37 -> 5 km in 23.16
4.44 | 4.52 | 4.45 | 4.39 | 4.47 -> 5 km in 23.49
4.55 | 5.03 | 4.55 | 4.46 | 4.40 -> 5 km in 24.19
4.45 | 0.28

1.39.34 (4.43 ± 0.08 /km, 3 % relatieve standaardafwijking)

Als ik eerlijk ben (en dan ben ik meestal), dan moet ik toegeven dat ik al bij het ingaan van het tweede rondje van 5 km helemaal kapot was. Ik heb dus drie rondjes in het rood gelopen. Dat doet je humeur geen goed.

Ik heb veel gevloekt onderweg, omdat mijn tempo telkens uitkwam boven het traagste tempo dat ik wilde lopen (4.42 minuten per km) en ik ondanks de pijn moest versnellen om kans te maken op een tijd onder de 1.40 uur.

Uiteraard was dit bij het passeren van de finish op het sportpark Langepad allemaal vergeten.

De finishlijn was een verlossing uit het lijden en een verbetering van mijn jaarbeste tijd van twee weken geleden met 1.18 minuten. Ook in Etten-Leur waren de omstandigheden niet optimaal (regen en veel te druk op stukken van het parcours). Maar ja, wat verwacht je ook anders in een herfstmarathon?

Het lijkt wel of het altijd wat is als ik een halve marathon ga lopen. Je wordt er hard van, maar leuk is het niet, vooral niet onder het hardlopen. Vorige week ging die 10 km in 44.10 minuten me toch een stuk makkelijker af, omdat de omstandigheden veel gunstiger waren. Ach ja, het zal wel zo moeten…

Kortom, vandaag is mijn missie geslaagd (ik wilde onder de 1.40 uur lopen) en ik ben er zeer content mee, ook al deed het deze keer meer pijn dan ik dragelijk vond.

Aanvulling: weblogger John Snijders, die ook zelf gelopen heeft op de 10 km en zo sportief was om mij te supporteren nadat hij gefinisht was, heeft een paar foto’s van mij gemaakt onder het lopen (net na het ingaan van de derde ronde). Je kunt de complete serie zien op mijn Flickr fotopagina van de Erasmusronde 2008.

Erasmusronde 2008 - 6
Ik zit al behoorlijk stuk in de derde ronde – foto John Snijders

Tweede aanvulling: Op de website van de EUR-Roadrunners staat een snellere tijd (alhoewel mijn naam gespeld staat als Rene van Velzen –ach ja). Ik mag 2 s minder schrijven als eindtijd: 1.39.29. Joepie!

Reacties (4)

Oudere Berichten »